Wanneer heeft en geeft u voorrang?

De voorrangsregels vormen de basis van vele Nederlandse verkeersregels. Goed om je kennis van deze regels nog even op te frissen.

De voorrangsregels: hoe zit het ook alweer?

Voorrangsregels: ze kunnen bijna gezien worden als de basis van ons verkeerssysteem. Als we aan het rijden zijn, gaan we er vaak (terecht) van uit dat iedereen op de hoogte is van de verkeersregels en voorrangsregels. Dit heeft u namelijk laten zien bij het behalen van uw theorie-examen voor uw rijbewijs. Toch gebeuren er regelmatig ongelukken waarbij de verkeersregels even vergeten zijn. Daarom kan het geen kwaad om zo nu en dan uw kennis over de verkeersregels op te frissen. Allsecur autoverzekeringen helpt u graag en heeft voor u de belangrijkste voorrangsregels op een rijtje gezet.

Voorrangsregels op rotondes

Dat automobilisten verkeersregels bij rotondes ingewikkeld vinden is logisch. Er zijn zoveel verschillende rotondes die allemaal eigen voorrangsregels hebben. Om het gemakkelijker te kunnen onthouden dient u onderscheid te maken tussen twee soorten rotondes: rotondes waarop u voorrang moet verlenen en rotondes waarop u voorrang krijgt. Bij een rotonde gelden in principe altijd dezelfde voorrangsregels als bij een kruispunt (rechts gaat voor), tenzij dit door middel van verkeersborden anders staat aangegeven. Als u een rotonde oprijdt waar het verkeer door verkeersborden wordt geregeld, dient u zich aan deze verkeersborden te houden. Vaak moet u dan voorrang geven aan het verkeer dat al op de rotonde rijdt.

Voorrangsregels op gelijkwaardige kruisingen

Als op een kruispunt de voorrang niet door verkeersborden wordt geregeld, dan is het een gelijkwaardige kruising. In dit geval hebben automobilisten die van rechts komen voorrang. Dit geldt ook voor fietsers en bromfietsers. De voorrangsregel luidt: korte bocht gaat voor lange bocht. Mocht er onduidelijkheid zijn over het voorrangsrecht bij verkeer uit tegenovergestelde richtingen, houd die regel dan in gedachten.

  • Bij het verlaten van een erf of 30 km/u zone: Staat u op een uitrit? Dan moet u alle weggebruikers voorrang geven. Rijdt u op een weg met gelijkwaardige kruisingen, dan heeft rechts voorrang. Indien met verkeersborden en tekens zoals haaientanden anders staat aangegeven dan heeft de voorrangsweg voorrang.
  • Op een onverharde weg: U moet voorrang verlenen aan alle bestuurders die op een verharde weg rijden. Is het een onverhard kruispunt? Dan geldt rechts heeft voorrang, tenzij anders staan aangegeven.
  • Tram: Als bij een kruispunt geen verkeerslichten staan, heeft een tram altijd voorrang op alle weggebruikers. Of de tram van links of van rechts komt, maakt niets uit in dit geval.
  • Bij het doen van een bijzondere verrichting (bijvoorbeeld parkeren): Als u van plan bent een bijzondere verrichting uit te voeren, of hier mee bezig bent, heeft het andere verkeer altijd voorrang.